Datum plaatsing: 10 december 2020

Bever is een blijvertje


Bever is een blijvertje


Oss (Regionaal): Na het Ossermeer heeft de bever nu de bebouwde kom van Oss bereikt. De grote knager heeft een vijver in het noorden van de wijk Ussen als woonplaats gekozen en ondergroef inmiddels een voetpad en een deel van de weg. Ook rond het Kanaalpark, de meanderende Maas en in de Dommel is de bever inmiddels een steeds vaker geziene verschijning. De bever is een blijvertje!

Veel natuur in Nederland wordt begraasd en dan denken we meteen aan schapen, runderen, paarden, herten, wilde zwijnen of zelfs wisenten of waterbuffels. Maar in het water huist nog een grazer en wel een die een enorme invloed heeft op het landschap en de natuur in en om het water: de bever! De bever is pas een jaar of dertig terug in Nederland, nadat deze in de negentiende eeuw was uitgestorven. In 1988 werden enkele Oost-Duitse bevers uitgezet in de Biesbosch. De laatste jaren zijn de dieren aan een grote opmars bezig.

Bever als wateringenieur
Van alle soorten grazers, knagers en snoeiers vormen bevers een aparte categorie. Als geen ander vormen zij het landschap in beek- en rivierdalen. Ondiepe stromen worden door bevers afgedamd, zodat ze veilig naar bomen en struiken kunnen zwemmen om deze om te knagen. De bast wordt opgegeten en de rest benut als bouwhout voor beverdammen en -burchten. Achter de dam ontstaat een bevermeer met een beverburcht veilig in het midden. De beek stroomt aan de ene kant het meertje in. Aan de andere kant sijpelt het water diffuus door, over en langs de dam verder.

Zolang als er voldoende voedsel is, groeit de dam en wordt deze door de bevers constant onderhouden om doorbraak of al te veel waterverlies te voorkomen. Telkens als de beek ergens een nieuwe loop dreigt te maken, wordt deze afgedamd. De beek wordt zo gedwongen om in de breedte te stromen. Ze verliest haar snelheid en daarmee haar sediment. Klei, zand en organisch materiaal, zoals takjes, blaadjes en dergelijke dwarrelen in het meer naar beneden. Het bevermeer vult zich langzaam en egaal op. Na verloop van tijd raakt het eten en bouwhout voor de bevers in en rond het meertje op. Ze moeten dan te ver lopen; een gevaarlijke tocht als er ook wolven of andere voor bevers gevaarlijke roofdieren rondlopen.

De familie verlaat het meer en verhuist een stukje stroomop- of -afwaarts. De oude dam breekt zonder onderhoud al snel door en het meertje stroomt leeg. De bodem valt droog en er ontstaat een geheel nieuwe beekloop op de slikvlakte. Tal van grassen, zeggesoorten en andere moerasplanten kiemen op het voedselrijke slik. Dit oefent een grote aantrekkingskracht uit op de vele overige grazers in het landschap, die de overgang van grasland naar bos afremmen, maar niet stoppen. Op den duur is het opnieuw bos en dus geschikt voor de beverfamilie om terug te keren, waarna de cyclus zich herhaalt. Bevers weten dit en markeren een territorium dat alle stadia van deze cyclus omvat, zodat er altijd een geschikte nieuwe verhuisplek beschikbaar is.

In eerste instantie is dit een lijnvormig proces, met alle stadia netjes op een rij achter elkaar in het beekdal. Maar naarmate er vaker een nieuwe loop afgedamd moet worden, ontstaat er meer en meer een tweedimensionaal doolhof van dammen, meertjes, moerassen en stroompjes. Doordat bevermeren veel sediment invangen wordt het beekdal steeds vlakker en ontstaan er dus gemakkelijker zijstroompjes of kiest de beek na het vertrek van de bevers een geheel nieuwe loop. Het eindresultaat is een moerassig en vlak beekdal met een enorme verscheidenheid en afwisseling aan biotopen. En veel ruimte voor waterberging in tijden van hoogwater, waardoor een regenbui niet razendsnel naar beneden stroomt, maar in de dalvlakte in de breedte geborgen wordt en langzaam wegstroomt.

Sleutelrol langs beken en rivieren
Bevermeertjes zijn boordevol leven. AmfibieŽn vinden er een geschikte plek om zich voort te planten, net als libellen en tal van andere soorten. Voor vissen biedt het meertje een geschikt leefgebied. Voor trekvissen is een beverdam geen echte barriŤre en de voedselrijkdom in het meertje vormt een goed opgroeigebied voor de jonge trekvis. Niet voor niets worden zwarte ooievaars in de Belgische Ardennen door de bevermeertjes aangetrokken. Ook ringslangen vinden er alles wat ze nodig hebben. Voedsel zat en de stapels dood plantenmateriaal op de vloedlijn, afgezet na hoogwater, vormen een prachtig natuurlijk biotoop om eieren in af te zetten. Ook andere soorten, zoals neushoornkevers, weten dit te waarderen.

Drooggevallen meertjes laten een keur aan moerasplanten zien. Door de opgevulde platte dalvlaktes worden hoogwatergolfjes in de breedte opgevangen en duurt het lang voordat de grond weer echt droog is. De vele grazers die op deze weelderige vegetatie afkomen, laten in de modder diepe pootafdrukken achter, die zich na een bui of hoogwater vullen met water en zo bijdragen aan een kletsnatte dalbodem. Doordat grazers de jonge boompjes en struiken in het grasland kort houden, blijft dit bloemrijke grasland langdurig geschikt voor insecten, die daardoor de tijd krijgen om flinke populaties op te bouwen.





Uw regio in beeld:

Een greep uit het thuisinhetnieuws fotoarchief:

algemeen nieuws

© 2021 Thuis in het nieuws | Webworks: DigiFactory Webworks | Design: Creativos 0.29934