Brieven van d’n bùrgemister (deel 36)
Door: Driek van Grette: Op d’n 16den augustus 1879 sturf, nò ’n lang ziekbed, Jan van d’n bùrgemister. ’t Is niej te vatte. Nò d’n dood van Truijkes op d’n vijfden april, d’n dood van de klèin Betsie op 12 juni èn ’t stèrve van de klèine Theodoor op d’n uurste juli, moete we nou afskeid nimme van Janne. Vòdder, moeder en twééj kiendjes... Vier lijke, vier ùitvarte in één haushouwe in één joar. Verskrikkelijk, dè zo iets kan gebeure. De vroag komt dan ók: Hoe moet ’t wijer mi de overgebleve kènder, die nou wees zen. Dóód èn léve ligge oit kort bè mekare. Daags nò ’t stèrve van Janne wier in Skòaijk bè Piete de twidde klèine gebóre. Un jungske deze keer. Hij wier nor de vrouw van d´n bùrgemister (Arnolda van Liempd) vernuumd èn krieg umdùrrum de naam: Arnold. ´n Klèin lichtpuntje bè al de ellènde vur onze bùrgervoajer.
Rosmalen, Maandag. (Niet verder gedateerd). Waarde kinderen!
Gisteren morgen kreeg ik een briefje van Hendrika Lenders, inhoudende, dat Jan verzocht dat vader, Piet, Jans en Bart spoedig zouden overkomen, ten einde de voorstellen die hij te doen had te bespreken. Wij zijn er gisteren namiddag naar toe geweest en Jan stelde voor om bij vader te Rosmalen te komen wonen en dat wij verder zouden zorgen voor zijne kinderen. Dat wonen bij mij, dat ik zoo kon voelen dat dat de wil van de familie Lenders was, die dan van eenen geheelen last ontslagen waren, beviel mij in het geheel niet en heb mijn toestemming daaraan ook niet gegeven. Maar ik hoorde, dat hij in het klooster bij de broeders, die hem thans bijstaan, opgenomen kon worden in hun ziekenhuis aldaar. Aangeraden zoo mogelijk daar naar toe te huizen, hetgeen hij alsnu zou onderzoeken en mij laten weten wat er van was. Verder was zijn voorstel dat wij voor de kinderen zouden zorgen en wel Piet voor Lambert. Dat had Betsy hem beloofd zeide hij. Een bij Lenders, een bij Lammers en een bij van Lith en Johan zouden wij samen bestellen. Dit is veranderd. Lambert zou bij Lenders, het oudste meisje bij Lammers, een meisje bij van Lith en een voor u rekening zou ik provisioneel bij mij nemen. Jan wil met geweld uit zijn zaken. Hij kan het zoo onmogelijk houden en teert dagelijks eenen boel in, en dit is waar, doch hier staat tegenover dat hij binnenkort kan komen te sterven, want hij zit vol water. Zijn voeten en beenen zijn ijsselijk dik. Zoo hij zegt, zit het water aan zijn hart en zigtbaar in zijnen rug. Niet wetende wat te doen heb ik hem zoo veel mogelijk met mooije woorden nedergezet om wat verleng te hebben. Wat de kinderen aangaat behoeft hij maar te laten weten en dan worden zij dadelijk gehaald. Ik hoop, dat dit alles naar u genoegen moge zijn. Bij uwen overkomst over alles mondeling nader. Dank en nogmaals dank voor het genoten onthaal en het genoegen mij aangedaan tijdens ik te Schaijk was. Ik was regt op mijn gemak, behalven boven toen ik aanwijzing heb gedaan der verbetering op mijne slaapkamer aan te brengen. Aan den anderen kant moet ge het gedeelte tot de ribben bij de zolder nemen, dan is de zolder beter en de kamer nog meer als groot genoeg en dit gaat zonder kosten. Marie is een zoet kindje, althans zoo lang ik bij u ben geweest heb ik er niets anders dan goed aan kunnen bespeuren. Als zij gewasschen wordt, dat ze dan wat neutelig is, dat hebben alle kinderen. Geen nieuws. Wees, als ook van Mieke, hartelijk gegroet. Uw vader L. van Erp.
Rosmalen, Zondag. Niet nader gedateerd. Het moet 17 augustus 1879 zijn. Beste kinderen!
Jan is gisteren avond omstreeks half elf overleden. Jans is er van de morgen vandaan gekomen en Bart van de middag. De laatste, die vertelt dat de begravenis a.s. dingsdag zal plaats hebben en dat den deurwaarder Neijman de zaken regelt dewijl ze bij Lenders alle ziek zijn. Neijman veronderstelde niet, dat er eene verzegeling zou plaats hebben, aangezien de familie bekend en meest alle daar geweest zijn. Hierbij het bewijs van f 800,… terug, dat Bart mee gebragt heeft, de twee acceptalien niet getekend oordeelde hij best om daar te laten. Zij zijn in den boedel voor handen. Vrouw Lenders begint al te zeggen dat we de handen in elkander moeten slaan en dat het dan gemakkelijk goed komen zal. Ze begint dus al te veranderen nu ze maar ziet, dat haren haan in alles geen koning kan kraaijen. Komt de kleine Nol haast. Aan de molen zijn ze er veel mee, dat B. peter en H. meter wordt. Bart is er zeer mede in zijne schik en doet het regt gaarne. Wanneer ik over kom zal ik nader schrijven. Ik kom meer om Betsy en de kleinen als om de exercitien bij te wonen. Die kunnen mij weinig schelen, want naloopen kan ik ze niet en rijden is ook moeijelijk en dan ziet ge ook niet veel. Ik hoop u binnenkort te zien. Wees, als ook Marietje, gegroet. Uw vader. L. van Erp.
Rosmalen, Maandag 18 Augustus 1879. Beste Kinderen!
Ik feliciteer u met de geboorte van uwen flinken zoon Arnoldus Lambertus en hoop dat hij in deugd tot genoegen zijner ouders op zal mogen groeijen. Het is mij hoogst aangenaam te vernemen dat Betsy en de kleine welvarend zijn. Ik hoop dat eerstgenoemde weder spoedig volkomen hersteld mag wezen, dan komt vader ‘s ’n kijkje nemen wat zijn zoontje Pietje zoo al gefabriceerd heeft. Ik twijfel niet of het zal mijn dochtertje Betsy wel naar haren zin zijn. Jan wordt zooals u bekend zal wezen morgen begraven. Kan het zijn, hoop ik, u te ’s Bosch aan te treffen ten einde een en ander te kunnen bespreken. Ik heb Bart en Jans kennis van de geboorte gegeven, die er zeer mee in hunnen schik zijn. Wees, als ook Marietje, van ons allen gegroet. Uw vader L. van Erp.
Rosmalen, Zaterdag 23 Augustus 1879. Waarde Kinderen!
De uitvaart te ’s Bosch wordt niet Dingsdag maar Donderdag gehouden. De Pastoor kan dingsdag niet. Ik wacht u alzoo Maandag of Dingsdagavond om verschillende zaken te kunnen bespreken. Ik ben vandaag te Nuland geweest en gevoel geen lust om meer te schrijven. Aangenaam is het mij dat Bethsy en de kleine welvarend zijn. Ze moet maar niet te vroeg loopen. Hier alles wel. Wees, als ook de kleinen, van ons allen gegroet. Uw vader L. van Erp.
Driek van Grette.
Foto” Bidprentje (voor en achterkant) van Jan van Erp. Collectie: Henk de Werd.