Datum plaatsing: 16 aug 2010
Wat doen we met de as?
Door: Vaarwel: Marjon Weijzen verhaalt over haar werk als uitvaartbegeleider. Ze is medewerker bij Dorien de Nijs Uitvaartbegeleiding in Vught, en freelance journalist.
Wat doen we met de as?
‘Gerrit wil gecremeerd worden.’ Astrid zegt het met afschuw in haar stem. ‘Wat vind je daar nou van?’ Ondanks de situatie schiet ik bijna in de lach: ‘Zo te horen, vind jij het niks.’ Astrid gaat het allemaal veel te snel: ze waren met hun zoon Bart op vakantie toen Gerrit een hartinfarct kreeg. Hij zweefde twee weken tussen leven en dood in een Frans ziekenhuis, maar haalde het niet. Gerrits lichaam is nog niet terug, maar Astrid en Bart willen de uitvaart vast voorbereiden. ‘Zelf wil ik begraven worden,’ vervolgt ze, ‘maar Gerrit wilde gecremeerd worden. Dat is een van de weinige dingen die hij over zijn uitvaart heeft gezegd.’ Zoon Bart, een puber, knikt. Astrid en Bart zijn nuchtere mensen, wars van uiterlijk vertoon en al te veel symboliek. Maar voor Bart is het wel belangrijk om een plek te hebben om naar toe te kunnen gaan. Hij wil graag dat de as een plek krijgt op de katholieke begraafplaats. ‘Kunnen we de asbus in een graf plaatsen waar ik later in zal worden bijgezet?’, vraagt Astrid tijdens het nagesprek. Dat kan, maar niet op de katholieke begraafplaats. Na lang wikken en wegen wordt het toch de algemene begraafplaats, want daar kan het wel. Op de dag dat we de as gaan begraven breng ik de asbus eerst bij Astrid en Bart thuis. Als ik de tas met de as op de keukentafel zet, draait Astrid haar gezicht weg, zucht diep, wrijft een traan van haar wang, kijkt me daarna weer aan en zegt: ‘Toch een raar idee.’ Bart, een puber van achttien, draait de kartonnen verpakking kritisch om, kijkt naar het – in mijn ogen vrij bescheiden logo van het crematorium en zegt: ‘Dat daar nou ook alweer reclame op moet staan.’ Astrid zucht: ‘Ik heb het voortdurend met hem aan de stok, we kibbelen overal over.’ Ik denk: ‘Achttien is ook geen leeftijd om je vader te verliezen.’ We stappen in de auto. Waar laten we de asbus? ‘Zet maar in de kofferbak,’ besluit Astrid. Ik zet hem naast de grafplanten, een bak met door Gerrit en Astrid zelfgestekte begonia’s. Bij de begraafplaats aangekomen steekt Astrid een sigaret op. Bart neemt de planten, ik de tas met de asbus. Het hengsel scheurt. Ik kan de bus nog net opvangen en draag hem verder als een baby in mijn armen. Onder een strak blauwe lucht lopen we de begraafplaats op. De nieuwe graven liggen in de volle zon. ‘Dat wordt flink water geven,’ merkt Astrid op, ‘de komende dagen.’ We lopen naar het graf. Geen gat, maar een met paaltjes gemarkeerde ruimte. Er ligt een stoeptegel op de pvc-buis waarin de as geplaatst moet worden. Hoe laten we de asbus daar netjes in afzakken? ‘Dat is werk voor jou,’ zegt Astrid resoluut tegen Bart. Zoonlief wilde immers dat de as begraven werd. Hij protesteert even voor de vorm, maar dan laten zijn jongenshanden de bus zakken, leggen de tegel terug en zetten daar de begonia’s op. Een eenvoudig gebaar, een ontroerend moment. We kijken elkaar tevreden aan. Weer een klus geklaard. (De namen zijn gefingeerd.) Voor uw reactie en vragen: info@doriendenijs.nl.