Datum plaatsing: 09 feb 2012
Het cabaret der mezen
Door: Jan van der Krabben: Van een sprankelende conversatie tijdens het ontbijt is tussen mijn echtgenoot en mij al lang geen sprake meer. Ook de voorbereidingen gebeuren vaak in stilte. Veel handelingen bij het begin van de dag zijn verworden tot een automatisme. Mijn vrouw vult de schaaltjes met yoghurt. Ik pers de sinaasappelen. Het thee zetten is een ingeslopen taak voor mijn vrouw. Ik pak het beleg en de boter uit de koelkast. Daarna spoed ik me naar de voordeur waar de krant geduldig op de vloermat ligt te wachten. Het als eerste mogen lezen van het hoofdblad is mijn privilege. Het regionale gedeelte van de krant leg ik naast het ontbijtbordje van mijn partner. Na een vriendelijk ‘smakelijk eten’ beginnen we zwijgzaam aan het verorberen van het ontbijt. Wat een oersaaie mensen hoor ik u denken. Toch voelen wij er ons dagelijks wel bij. Een enkele keer wordt de rust verstoord door een telefoontje. Dat biedt dan meestal stof tot een kort gesprek.
Onlangs heeft zich echter een wonderbaarlijke metamorfose voltrokken in de dagelijkse welhaast spraakloze ontbijtceremonie. We zijn (zoals in lang vervlogen tijden) weer volop in gesprek. De krant blijft soms ongelezen naast het bordje liggen. Ik zal u uitleggen wat de oorzaak is van de opleving van ons samen zijn tijdens de vroege morgenstond.
Een televisiespotje had mijn aandacht getrokken. Daarin werd verteld dat je het boekje ‘Meer vogels in de tuin’ gratis kon bestellen bij Vogelbescherming Nederland. Een boekje met tips voor het inrichten van een vogelvriendelijke tuin. De eerste alinea in het boekje maakte me meteen al enthousiast: ‘Vogels maken blij. Zoals de spreeuw die de eerste lentezon bejubelt. Of de merel, die je de zomerdag in zingt. De groepjes vinken en kepen, die het najaar aankondigen. Of het cabaret der mezen bij het wintervoer. Een tuin vol vogels, dat is genieten! In alle seizoenen.’
Mijn twijfel of het wel goed is voor de vogels om ze bij te voeren werd door het lezen van de uitgebreide informatie geheel weggenomen. De auteur van het boekje schrijft hierover onder meer: ‘Het vliegende leven vreet energie. Vogels hebben daarom lichaamstemperaturen van ruim veertig graden. Daarom zijn de vogels voortdurend bezig met het vinden van voedsel. Dat geeft de meeste problemen in de winter. Dan zijn de dagen kort en de nachten lang. Vogels rammelen ’s morgens van de honger. Door de vogels het gehele jaar bij te voeren vergroot je de vitaliteit van de vogels. Daardoor kunnen meer vogels de winter overleven. Meer vogels gaan broeden en meer jonge vogels verlaten het nest en gaan goed opgevet het najaar in. Bij het voeren in de winter is regelmaat belangrijk. De vogels moeten op je kunnen rekenen. Ze nemen een vaste route langs de tuinen en willen graag precies weten waar en wanneer er iets te halen valt.’
Enkele dagen nadat ik op verschillende plaatsen in de tuin vetbollen, nootjes, pinda’s en andersoortig voedsel heb opgehangen wemelt het ’s morgens van de vogels. Vooral de mezen (pimpelmees, zwarte mees, koolmees) zijn in grote getale aanwezig. Ook de huismus, het roodborstje en de kwikstaart laten zich regelmatig zien. Tussen de spijltjes pikken ze feilloos de stukjes van de pindanootjes. In hoog tempo schieten ze met hun kopjes heen en weer. Ze fladderen van de ene lekkernij naar de andere. Het is waarlijk een cabaret van vogelvreugde.
U begrijpt onze metamorfose aan de ontbijttafel. Regelmatig wijzen we elkaar op de capriolen van de inmiddels door ons geliefde gevleugelde vrienden. Gespreksstof te over. Wat een wonderlijke wereld. Wij helpen onze vliegende tuinvrienden. Zij bieden ons een aangenaam en spraakzaam ontbijt.