Datum plaatsing: 09 juni 2021

Pijn van Nistelrodese Molukkers nog steeds voelbaar


Pijn van Nistelrodese Molukkers nog steeds voelbaar


Nistelrode (Bernheze): Zeventig jaar geleden kwamen de eerste schepen met Molukkers aan in Rotterdam. Ze werden tijdelijk overgebracht naar Nederland, aangezien ze na de oorlog in een onmogelijke situatie waren beland in Indonesië. Na diverse omzwervingen in Nederland kwam een grote groep in Nistelrode terecht. Veel van hun nazaten wonen daar op dit moment nog altijd. En zij voelen de pijn van hun voorouders nog steeds.

Door Mark van der Donk

In 1951 werden 4.000 Molukse militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, samen met hun gezinnen, met troepenschepen naar Nederland gehaald. Daar kregen zij te horen dat ze waren ontslagen uit militaire dienst. Het was een ‘tijdelijke’ oplossing voor de in totaal 12.500 personen, zo dacht de Nederlandse staat op dat moment. Een halfjaar later zouden ze weer terug kunnen, zo werd in het begin nog gedacht. Vele jaren later werd duidelijk dat er van dat verhaal, ondanks talloze beloften die zouden volgen, totaal geen sprake was. Dat zit de Molukse gemeenschap nog altijd uiterst hoog. “Op de eerste plaats moet erkend worden wat voor leed er is aangedaan en daarnaast vind ik ook dat er excuses aangeboden moeten worden”, vindt Thacas Roemloes. De 40-jarige woont inmiddels in Nijmegen, maar groeide op in Nistelrode en heeft nog altijd een sterke band met de Molukse gemeenschap in onze regio. Hij is van de derde generatie, maar wil de pijn van zichzelf en vooral zijn (groot)ouders nog altijd tonen en uitspreken: “Die kreeg ik bewust of onbewust mee. Toen onze opa's en oma's hier in de jaren vijftig naartoe kwamen, werden de militairen ontslagen uit hun dienstverband. Ze hadden een welgestelde positie, maar werden prompt gedegradeerd van de middenklasse naar de onderklasse. Ze hadden helemaal niets, mochten niet werken, niet integreren in de Nederlandse maatschappij en moesten rondkomen met een paar gulden in die tijd. Ze werden gewoon vernederd, volledig aan de kant geschoven en daarnaast letterlijk geïsoleerd van de Nederlandse maatschappij. En dat terwijl ze daarvoor altijd loyaal waren geweest, met trots gevochten hebben voor de Nederlandse vlag.”

Aan de kant geschoven
Wegens woningnood en omdat hun verblijf in Nederland slechts tijdelijk zou zijn, werden de Molukkers - in de beginjaren nog Ambonezen genoemd - ondergebracht in tientallen woonoorden. Oude kazernes, kloosters, de voormalige concentratiekampen Westerbork en Vught. Stuk voor stuk locaties die vergelijkbaar zijn met de hedendaagse asielzoekerscentra. Hoewel de Molukkers een hecht volk zijn, voor wie het dagelijkse contact met de vertrouwde mensen om hen heen erg belangrijk is, werden ze willekeurig verdeeld. Ze kregen tegelijkertijd geen kans een Nederlandse burger te worden en werden bewust buiten de Nederlandse samenleving gehouden. Hun verblijf was immers van korte duur, zo was de redenatie. “Ze hadden de oorlog meegemaakt, stonden voorop in de linie in de oorlog tegen de Japanners”, aldus Roemloes. “Sommigen hebben zelfs in Jappenkampen gezeten. Maar ondanks de trouwe dienst en de traumatische ervaringen werden onze voorouders gewoon aan de kant geschoven. Juist door de regering die ze zo trouw hadden gediend.” In 1958 werd ook bij Nistelrode een Molukse gemeenschap gesticht. Nabij het gehucht Donzel, in de bossen, waar tegenwoordig golfclub The Duke gevestigd is. De reacties in het dorp waren in eerste instantie afwijzend. Wat moest Nistelrode met deze mensen die een afwijkende taal spraken, met een totaal andere cultuur? Daarnaast kampte de lokale bevolking zelf ook met een flinke woningnood. Toch kwamen er heel wat Molukkers naar het woonoord. In 1960 woonden er zo’n 580 mensen van Molukse afkomstig in het voormalige werkkamp.

Kleine wereld
"Er stond natuurlijk wel een kerkgebouw, er was een hospitaaltje en de kinderen konden zich vermaken met wat speeltoestellen. Maar verder was het niet veel. En er stonden hekken omheen. Ons wereldje was dus maar klein, met alleen barakken en Molukkers tussen de bossen", vertelt Pascal Amukwaman (67), die in Nederland ter wereld kwam en tijdens zijn jeugd woonde in ‘Donzel’. Niet lang na de vormgeving van het woonoord gooide de staat haar tot dan gevoerde beleid volledig over de boeg. Door de gedachte dat de Molukkers op korte termijn zouden terugkeren, ging een streep. Hun tijdelijke verblijf moest plaatsmaken voor permanente huisvesting en dus moest men nu, na jaren van afscheiding, juist wél gaan integreren binnen de Nederlandse samenleving. Omdat aparte woonoorden daar niet meer bij pasten, werd de bewoners van Donzel verzocht te verhuizen naar de nieuw te bouwen Nistelrodese wijk ‘Van ’t Rijk’. Een groot deel van de bewoners van het woonoord was hierover zó ontstemd dat men vertrok naar Helmond, Cuijk, Zevenaar en zelfs Indonesië. De blijvers, en veel van hun nakomelingen, wonen vanaf 1965 in de nieuwe woonwijk. “Ze moesten ineens een knop omzetten, vanaf nul iets zien op te bouwen”, is Roemloes in hun plaats nog altijd verongelijkt. “Ze spraken de taal niet, maar moesten zich maar zien te rooien. Onze opa’s en oma’s begonnen niet met een 1-0, maar met een 2-0 achterstand.”

Beloften
De Molukkers zijn inmiddels, vele decennia later, gewend aan het wonen in Nederland. Hebben daar ook vrede mee. Maar vergeten wat er gebeurd is, doen ze nooit. “Ik heb het zelf niet meegemaakt, ben hier geboren en opgegroeid. Maar ik voel me zeker wel betrokken en aangesproken. Het zijn mijn grootouders die dit is aangedaan”, aldus Roemloes. Hij en zijn lotgenoten nemen het de Nederlandse staat nog altijd kwalijk dat zij haar beloften niet is nagekomen. "De eerste generatie, onze opa's en oma's, hadden de verwachting terug te gaan. Later kwamen zij tot het besef dat het verblijf helemaal niet tijdelijk was. Molukkers zijn verhalenvertellers. Ik weet als iemand van de derde generatie waar we vandaan komen en hoe we hier terecht zijn gekomen. Het leed wat ons is aangedaan krijg ik mee.” De tweede en derde generatie is langzaam meer en meer geïntegreerd in de Nederlandse samenleving. Roemloes: “Uiteindelijk zijn we hier en moeten we er hier iets van zien te maken, dat betekent jezelf ontwikkelen en een toekomst opbouwen. Eraan werken en kansen grijpen. Maar het is niet zo vanzelfsprekend als de buitenstaander wellicht denkt. Nog altijd scoren mensen van Molukse afkomst ondergemiddeld op verschillende vlakken. De achterstand was enorm en wordt slechts met kleine stapjes goedgemaakt. Wij zijn niet te vergelijken met andere etnische bevolkingsgroepen, want we zijn hier niet uit vrije wil naartoe gekomen.”

Spijt betuigen
De Nederlandse overheid moet spijt betuigen voor wat hun voorouders is aangedaan, zo vindt de Molukse gemeenschap. “Het leed wat mijn vader en alle andere mannen en vrouwen hebben meegemaakt, is onbeschrijfelijk”, vindt Amukwaman. Hij schreef 50 jaar na de komst van de Molukkers naar Nistelrode daarover een boek. “Een excuus zou, als je het mij vraagt, niet alleen gepaard moeten gaan met woorden, maar ook met volledige genoegdoening.” Ook Roemloes vindt dat dingen uit het verleden moeten worden rechtgezet: “Op de eerste plaats vind ik dat er erkend moet worden wat voor leed er daadwerkelijk is aangedaan. En daarnaast vind ik ook dat er excuses aangeboden moeten worden. De pijn is er na al die jaren nog altijd. Dat merk je in alles. In de gesprekken die je er met elkaar over voert, voel en ervaar je de pijn. Die zag ik in hun ogen, toen mijn opa en oma nog leefden. Dan voel je dat en krijg je dat gewoon mee.”




Uw regio in beeld:

Een greep uit het thuisinhetnieuws fotoarchief:

algemeen nieuws

© 2021 Thuis in het nieuws | Webworks: DigiFactory Webworks | Design: Creativos 0.28499